Over Amicitia

Sociëteit Amicitia, opgericht in 1836, is een vriendenclub van Heeren, heeft een lange geschiedenis maar is nog altijd springlevend.

De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, een landelijke
organisatie, was opgericht in 1784. Veel plaatsen kenden
een eigen afdeling: het departement.
In 1818 was er reeds een departement in Amersfoort.
Een sociëteit was een instrument om het doel van ’t Nut
mede na te streven. Denken we hierbij aan het organiseren
van lezingen en toneelvoorstellingen. Aan ’t Nut
hebben we te danken dat Amicitia gebouwd is.
Zo rond 1835 ontstond in Amersfoort de behoefte aan
een nieuwe buitensociëteit. Een plek aan de rand van de
stad, waar men zich in de zomer kon verpozen.
In mei 1835 verkocht Femmetje Somer, “ aan de heren
A.F. van Beek, koopman, H.A. Hamelberg, lector in de
wis- & natuurkunde, F.L. Harderwijk, lid van den raad,
H.G. Schluiter, stadsontvanger en Mr. S. van Walcheren,
regter, allen wonende te Amersfoort, in qualiteit en relatie
als commissarissen van deelnemers tot den aanbouw
van een buitensociëteit, eene huizinge, erve en grond,
staande en gelegen te Amersfoort, vanouds agter de
stadswal, thans het nieuw aangelegde plantsoen tusschen
de Utrechtse en Slijkpoorten in wijk Breul ongenummerd;
op de kaart van het kadaster bekend, in sectie C,
numero 1808”. De koopsom bedroeg f 500,- .
In een brief van 8 maart 1835 schreef H.G. Schluiter,
voorzitter van het departement Amersfoort van ’t Nut,
een brief aan burgemeester en wethouders. “ Het departement
wilde echter als het kan, niet slechts in zijn behoefte
voorzien, maar tevens het gebouw tot een sieraad
maken van deze stad, hetwelk dan zou plaats hebben
wanneer het lokaal een goede concertzaal bevatte en
voor een zomersociëteit konde dienen. De plaats welke
het departement bepaaldelijk ter uitvoering deszelfs plan
zou verlangen, is het bolwerk tusschen de Utrechtse- en
Slijkpoort waar zich op de hoogte de groep jonge bomen
bevindt”.

Op 27 februari 1836 was reeds ten overstaan van notaris
Ludovicus Hondius verleden een acte van maatschap in
het gebouw Amicitia.
In 1837 werd de gevraagde grond in erfpacht uitgegeven.
Omdat het Nutsbestuur bestond uit mensen die ook in het
stadsbestuur plaats hadden, ging alles van een leien dakje.
Het departement verkreeg op die manier 14 roeden in een
eeuwigdurende erfpacht tegen een canon van f 5,- per jaar.
Sociëteit Amicitia is dus gebouwd in 1837. Helaas zijn
de bouwplannen waarschijnlijk niet bewaard gebleven.
Wel is er een foto uit 1864, welke een wit gepleisterd
gebouw toont. Daarnaast is er een kaart met de plattegrond
van Amersfoort uit 1846, waarin de sociëteit staat
ingetekend en wel in de vorm en afmeting als de foto
laat zien: een symmetrisch en rechthoekig gebouw van
één bouwlaag met kap; de lengte bedraagt 36 mtr. en de
breedte 15 mtr.
Stedenbouwkundig gezien was de buitensociëteit aan
de zuid-westrand van de stad gesitueerd. Amersfoort
had in 1837 nog dezelfde omvang, zoals ze die vanaf de
middeleeuwen bezat. Vanaf 1829 begon men met het
slopen van de stadswallen. Op de voormalige stadswallen
werden plantsoenen en wandelroutes aangelegd.
De sociëteit was het eerste bouwwerk dat verrees in het
plantsoen. De leden van de sociëteit hadden een volledig
vrij uitzicht over de lager gelegen Beek en het land aan
de overzijde van het water.
Op 14 januari 1859 werd wederom een terrein van ca.
4.000 m2 in eeuwigdurende erfpacht gegeven aan de
sociëteit tegen wederom een canon van f 5,- per jaar.
In 1891 werd door stadsarchitect W.H. Kam Amicitia
ingrijpend verbouwd en uitgebreid in verband
met de vergroting van het in Amersfoort gelegerde
garnizoen. De nieuwe ruimten bevatten onder andere
de sociëteitszaal, een keuken met eetkamers, een lees-,
16 Ledenboek 2014
conversatie- en een biljartzaal. De gerant kreeg er een
eigen woonruimte. Voor de sociëteit wordt een nieuw
terras aangelegd en bij de Beek wordt een muziektent
geplaatst.
Ook voor deze uitbreiding was grond nodig. De sociëteit
verkreeg nu 775 m2 erbij in erfpacht. De totaal in
erfpacht verkregen grond beliep nu 5.175 m2 en vergde
slechts f 12,- per jaar aan erfpachtcanon.
Het vrije uitzicht aan de overzijde van de Beek begon te
verdwijnen. Tegenover Amicitia was ’t Laantje aangelegd
(nu de ventweg naast de Stadsring) en waren de eerste
villa’s gebouwd. De Amersfoortse Berg raakte meer en
meer bebouwd, onder meer als gevolg van de aansluiting
van Amersfoort op het spoorwegnet. Amersfoort begon
aan zijn groei.
In 1900 besloot men tot de oprichting van een kegelbaan,
welke in 1925 werd verbouwd en verbreed naar
twee banen.
In 1932 onderging Amicitia een grondige verbouwing,
waarbij ook het uiterlijk opnieuw ingrijpend werd gewijzigd.
De capaciteit van de schouwburgzaal werd vergroot
door o.a. het aanbrengen van een balkon. Hiervoor was
noodzakelijk dat de zaal verhoogd werd: de kap van het
gebouw werd 2.80 mtr. omhoog gebracht met behoud
van de originele kapspanten.
Vrijwel het gehele interieur van 1891 werd verwijderd en
een moderne inrichting kwam hiervoor in de plaats.
Op 22 december 1937 schreef het bestuur een brief aan
de leden. Hierin stelde het dat het honderdjarig bestaan
van de sociëteit stilzwijgend voorbij was gegaan wegens
een gebrek aan middelen om een passend eeuwfeest te
vieren. Nu was er een voorstel aangenomen om met ingang
van 1 januari 1938 de kontributie te halveren tot f
12,50. Men had de hoop zo de aanwas van nieuwe leden
te stimuleren. Het beoogde doel werd bereikt want in de

ledenvergadering van 6 maart 1939 werd meegedeeld dat
het aantal leden ruim verdubbeld was en gestegen van
70 naar 154.
Op 1 november 1940 werd het gebouw van Amicitia
met gehele inventaris door de Ortskommandant gevorderd
als Wehrmachtsheim. Groot was de teleurstelling
toen de sociëteit na de bevrijding niet direct werd
teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars. Nu waren
het de Canadezen die er bezit van namen. Eerst op 19
december 1945 werd het gebouw vrijgegeven en ging het
bestuur direct poolshoogte nemen. Men trof het gebouw
in deplorabele toestand aan: het meubilair was zwaar
beschadigd, alle servies en glaswerk was gestolen.
Na de oorlog waren er vele plannen voor verbouw,
sloop en nieuwbouw. Na jarenlange moeizame onderhandelingen
met de gemeente over aankoop door de
gemeente van het Amicitiaterrein om er een nieuwe
schouwburgzaal te bouwen, werd op 10 februari 1955
tijdens de algemene ledenvergadering besloten om niet
akkoord te gaan met deze verkooP. In plaats daarvan
werd de concertzaal verhuurd aan Jogchem’s Theaters, de
exploitant van het Grand Theatre, die de zaal ombouwde
tot bioscoop.
In de tweede helft van de jaren vijftig werd begonnen
met de aanleg van een rondweg om de oude stadskern.
De Beek werd gedempt en een vierbaans autoweg kwam
ervoor in de plaats, de huidige Stadsring. Voor Amicitia
betekende dit dat zij haar vrije ligging verloor. De plantsoengordel
verdween vrijwel volledig en ook het fraaie
terras vóór het sociëteitsgebouw moest hierdoor verdwijnen.
De muziektent was reeds in 1953 afgebroken.
In 1975 werd wederom inwendig verbouwd. Een tweede
kleine bioscoopzaal (Cinema 2) werd in de bioscoopfoyer
gebouwd. Een jaar later, in 1976 werd, ter plaatse
van het toneel en de kleedkamers, een derde bioscoopzaal
(Eurocinema) gerealiseerd.

In 1981 tenslotte plaatste men aan de voorgevel een serre
als vervanging van de veranda.
In de tweede helft van de jaren tachtig kwam het
structuurplan Centraal Stadsgebied op tafel met grootse
bouwplannen in en rond het centrum van de stad. Hierbij
leek er geen plaats meer te zijn voor het gebouw van
Amicitia. Eindeloze onderhandelingen met verschillende
partijen volgden. De zaak werd nog urgenter toen Jogchem’s
Theaters in 1989 het huurcontract niet verlengde.
Kort daarop leek het er even op dat het voormalige
gebouw van Middeloo aan de Koningin Wilhelminalaan
het nieuwe onderkomen van de sociëteit zou worden.
Het plan strandde op de protesten uit de buurt en de
onwil van de gemeente om de bestemming van het pand
te wijzigen.
In het voorjaar van 1992 kwam er weer een andere
oplossing in beeld: verhuizen naar het voormalige
belastingkantoor aan de Prins Hendriklaan 15. Na
diverse procedures kon eerst in 1995 het nieuwe gebouw
betrokken worden.

Deze tekst is (met toestemming van de auteur) ontleend
aan het boek Amersfoortse Sociëteiten, geschreven door
drs. B.G.J. Elias in 1995 en uitgegeven door uitgeverij
Bekking & Blitz te Amersfoort. In november 2011 is
een hernieuwde versie van dit boekwerk verschenen
waarin recent beschikbaar materiaal is verwerkt.